“Als telers straks biologisch zaad nodig hebben, moeten wij ervoor zorgen dat we dat kunnen leveren.” Toenmalig Bejo-directeur Ger Beemsterboer zag begin jaren negentig een trend waarvan hij verwachtte dat deze zou doorzetten. Hier begonnen de inspanningen van het veredelingsbedrijf, die later alleen maar zouden worden uitgebreid. Een terugblik op bijna dertig jaar ‘bio’.

Eerst even terug naar het decennium daarvoor: in de jaren ’80 raakte de wereld meer en meer doordrongen van het belang van duurzaamheid. Er kwam meer aandacht voor de impact van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen op het milieu. In die setting ontwikkelt de markt voor biologische en biodynamische groenten zich voorzichtig. De eerste telers zijn kleinschalig en ze bereiken consumenten voornamelijk via natuurvoedingswinkels, boerderijverkoop en boerenmarkten. In de jaren ’90 wordt duidelijk dat biologisch die niche gaat ontgroeien. Een aantal telers zet de stap naar grootschaliger productie. Onder consumenten wordt het biologisch product bekender, waardoor mainstream-supermarkten brood zien in een biologisch assortiment. 

Hybride rassen

In die begintijd waren de randvoorwaarden voor biologische productie nog in ontwikkeling. Er was bijvoorbeeld discussie over hybrides. Er was een stroming die het gebruik van zaadvaste rassen zag als een voorwaarde voor biologisch. Voor Bejo zou dat een ‘no go’ zijn geweest. Bejo  wilde coûte que coûte vasthouden aan hybride-veredeling omdat je hiermee veel sneller vooruitgang kunt boeken op het gebied van bijvoorbeeld resistentie en uniformiteit.

Zaadproductie

Biologisch geproduceerd zaad 

In het begin was biologisch geteeld zaad nog niet beschikbaar en gebruikten bio-telers conventioneel geproduceerd zaad, dat verder uiteraard geen chemische behandeling had ondergaan (het huidige Bejo Naturally Cleaned and Coated seed ). Om een volledig biologische productieketen te realiseren moest dus ook de zaadteelt omschakelen. Bejo begon in de jaren ’90 daarover na te denken en startte met de eerste biologische zaadproducties. De markt was toen nog afwachtend. Telers twijfelden of biologisch geproduceerd zaad de kwaliteit zou hebben die ze gewend waren. Ze wilden geen concessies doen op zuiverheid, kiemkracht en gezondheid.

Ook intern bij Bejo waren er vragen. Het opzetten van een gescheiden biologische zaadproductie naast de conventionele is een complexe en kostbare verandering. Voor kool, wortelen en uien een extra uitdaging omdat deze in zaadteelt tweejarige gewassen zijn. Commercieel gezien was het ook niet zonder risico. Zouden telers voldoende gemotiveerd zijn om te kiezen voor biologisch zaad als ze ook goedkoper NCC-zaad kunnen gebruiken? 

Bejo organic demo fields

Eerste bio-demoveld 

De knop ging definitief om rond de eeuwwisseling. Bejo besluit te investeren in de biologische productie als volwaardige bedrijfsactiviteit. In 2000 legde Bejo voor het eerst een biologisch demoveld aan in Warmenhuizen. ‘Organic’ werd in 2002 formeel een business unit binnen de onderneming. Het signaal van de directie was duidelijk: het mag echt en het moet echt. Biologisch is geen bijzaak, maar een volwaardige activiteit.

Biologisch en conventioneel versterken elkaar 

De verkoop ontwikkelde zich vanaf het begin goed. Daar stonden ook forse investeringen tegenover in de productie, verwerking en bewerking van biologische zaden. Ook werd ingezet op onderzoek en het aantrekken van nieuwe mensen. Dat betekende dat de biologische productie van zaad later dan aanvankelijk begroot kostendekkend werd. 

Dat is overigens nooit de enige maatstaf geweest. Los van de directe bijdrage aan het bedrijfsresultaat, schuilt de waarde van de biologische business unit in de dynamiek. De biologische en conventionele activiteiten versterken elkaar. De kennismaking met teelt zonder chemische gewasbescherming en kunstmest blijkt ook voor de conventionele productie en veredeling leerzaam. Voor de biologische teelt is resistentie tegen ziekten en plagen belangrijk, maar vooral heb je robuuste rassen nodig die ook onder druk van ziekte en plagen tot een goed eindproduct komen. Dat zijn ook in conventionele teelt nuttige eigenschappen. 

In de toekomst zal het belang van biologisch alleen maar toenemen voor Bejo. De investeringen die dat vraagt zullen binnenkort behandeld worden in een artikel over innovaties in de biologische sector.